Mijn verhaal

Mijn persoonlijke (herstel)verhaal

Regelmatig word ik uitgenodigd als spreker of gastdocent voor lotgenoten, omstanders, hulpverleners en/of zorginstellingen. In mijn presentatie neem ik de deelnemers o.a. mee in mijn persoonlijke (herstel)verhaal. Hier beschrijf ik in grote lijn een deel van mijn levensloop zoals ik die ook in mijn presentatie vertel.

Ik ben opgegroeid in een gezin waarin beide ouders geen liefde toonden. Zij konden mij niet de bevestiging en begeleiding geven die ik zo nodig had. Mijn vader was een zeer introverte man en mijn moeder was extravert. Zij had haar emoties niet onder controle. Ook had zij veel depressieve periodes, die zij in bed doorgebracht. Ik kan mij niet herinneren dat mijn moeder ooit een ontbijt voor mij heeft klaargemaakt. Als ik iets had gedaan wat niet mocht, kon zij zich niet beheersen. Met mijn zussen, oudere broer en mijn jongere broertje, voelde ik geen enkele band. Iedereen probeerde zichzelf staande te houden in ons gezin. Wij waren Jehovah’s getuigen wat ons nog enigszins bij elkaar hield.

Rond mijn 10e levensjaar kreeg ik een zware klap te verduren; mijn ouders gingen scheiden. Ondanks dat mijn moeder mij slecht behandelde, was ik aan haar gehecht en voelde ik mij in de steek gelaten toen ze van de een op andere dag vertrok. Ik werd samen met mijn jongere broertje bij mijn broer en zijn vrouw in huis geplaatst. Na enige tijd moest ik weer bij mijn moeder wonen. Dat wilde ik niet omdat ik haar haatte en me in de steek gelaten voelde. Ze was helemaal losgeslagen en had een partner die veel dronk en haar, in mijn aanwezigheid, mishandelde. Op een dag stond ik in de deuropening en zag hoe mijn moeder bijna stikte doordat er een kussen op haar gezicht werd gedrukt. Ik was in mijn jonge leven nog nooit zo bang geweest voor iemand.

De shit van het verleden is goeie mest voor de toekomst

Toen ik 11 jaar was heb ik mijzelf maandenlang op mijn kamer opgesloten. Tot het moment dat de partner van mijn moeder een koffer in mijn slaapkamer zette, met de mededeling dat ik kon vertrekken. Mijn moeder bood geen weerstand hiertegen.

De jaren daarna waren een periode van constante crisis. Er volgden nog meer foute vriendjes van mijn moeder en zelfs een huwelijk van negen maanden. Als ik vragen stelde over de situatie dan werd gezegd dat kinderen in Afrika het nog slechter hadden. Dat vond ik verwarrend en ik voelde dat dit niet goed was. In de periode daarna heb ik afwisselend bij mijn moeder, vader, zussen, kennissen en in de crisisopvang gewoond. Mijn vader keek niet naar mij om, ook niet toen ik bij hem woonde. Hierdoor was ik op mijn dertiende al nachten van huis. Ik dronk, rookte en blowde veel. Vóór mijn 16e jaar had ik op zestien verschillende plekken gewoond. Toen er werd bedreigd, mishandeld, uit huis gezet en vernederd nam niemand uit mijn familie het voor mij op. Het gevoel er alleen voor te staan is een rode draad geworden in mijn leven.

Rond mijn 15e ging ik in een internaat wonen (BJ: Bijzondere Jeugd) waar ik altijd graag heb willen zijn omdat het mij daar een fijnere plek leek dan thuis. Na een jaar begeleid wonen werd ik beschadigd de wereld in geschopt. Tot mijn vijfendertigste jaar heb ik als een ‘kip zonder kop’ geleefd. Omdat er nog nooit iemand op een liefdevolle manier van mij had gehouden en door mijn bindings- en verlatingsangst waren de vele relaties die ik had gedoemd te mislukken. Mijn gedachte was: als mijn ouders al niet voor mij konden kiezen, waarom zou een vreemde dat dan wel doen?

In deze jaren liep ik rond als een open zenuw: alles kwam heel hard binnen en alles kon mij raken. Ik verdoofde dit gevoel met blowen, drank- en drugsgebruik. Dat bracht mij verschillende keren in aanraking met Justitie. Ik dacht dat ik zwak was omdat ik in mijn jeugd niet voor mijzelf kon opkomen. Mijn oplossing toen was geweld opzoeken. Zo vaak, dat ik vanzelf hard zou worden. Ik ging op in het voetbalgeweld en brak door al mijn angsten heen en deed daar vaak nog een schepje bovenop. Hierdoor kreeg ik wel de aandacht en het respect waar ik zo naar hunkerde. Eindelijk werd ik gezien maar ik had mezelf niet meer in de hand: ik had schulden en gedroeg me als een ongeleid projectiel. Mijn paniekaanvallen werden erger en ik ging door depressieve periodes.

Tot ik een vriendin tegenkwam die mijn problematiek doorzag en voor het eerst de term ‘Borderline’ liet vallen. Eerst wilde ik daar niets van weten maar na een half jaar ben ik het toch gaan onderzoeken. Omdat ik zoveel herkenning en overeenkomsten las was dat voor mij het moment om hulp te zoeken.

NB: bovenstaande verhaal is niet volledig en compleet. In mijn optreden als spreker ga ik hier dieper op in.

Therapieën die ik gevolgd heb

In 2006 kreeg ik, na een uitgebreide psychologische test, de diagnose borderline. Vanaf dat moment ben ik mij volledig gaan richten op mijn herstel. Ik heb eerst de VERS-training (Vaardigheidstraining Emotie Regulatie Stoornis) gevolgd. Daarna heb ik 1 jaar lang drie dagen in de week een deeltijdbehandeling gedaan bij GGZ Ingeest. Via de Viersprong in Halsteren volgde ik een MBT traject (Mentalization Based Treatment) gedurende drie dagdelen per week. Uiteindelijk heb ik deze therapie 22 maanden gevolgd. Tot slot heb ik nog 5 jaar 1-op-1 psychotherapie gehad.

Ik kwam in een isolement terecht, doordat ik me uit alle foute contacten terugtrok. Daarom kreeg ik ambulante hulp van de RIBW (Regionale Instelling voor Beschermd Wonen).

Het belangrijkste wat ik geleerd heb in alle therapieën, zijn mijn valkuilen en grenzen herkennen. Maar ook dat mijn gedachten niet altijd even realistisch zijn en mij op het verkeerde been kunnen zetten. Ik zie mijzelf niet als ‘genezen’ van borderline maar ik heb mijn leven zo ingericht dat ik zelf de regie en controle weer heb. Daarnaast heeft mijn leven meer kwaliteit gekregen: vroeger kon ik snel over mijn grenzen heen gaan, nu voel ik aan als de spanning oploopt. Ik weet dat ik dan moet terugschakelen. Ook heb ik structuur in mijn dagelijks leven aangebracht en ondervonden dat bijvoorbeeld het maken van lijstjes goed voor mij werkt. Ik ben snel overprikkeld dus door rustmomenten in te bouwen kan ik dit goed opvangen. De emoties en gedachten zijn er nog steeds en hebben invloed op mijn functioneren maar door training en ervaring kan ik dit beter de baas blijven. Door het volgen van de therapieën ben ik gaan inzien dat mij vroeger veel niet is geleerd of verkeerd aangeleerd. Door veel begrip voor mezelf te hebben en liefdevol naar mezelf te kijken heb ik de vele stappen vooruit kunnen zetten in mijn leven.